Kunstkwesties
  • home
  • over
  • blog
  • beeld
  • contact

Een stukje papier en een steen.

3/5/2017

 
Goede Hoop?
Het stukje papier hierboven is een aankoopcontract. Het is een overeenkomst met lakzegel van de VOC en handtekeningen van de Khoikhoi waarmee de koop van de Kaap in 1672 werd bevestigd. Voor de Nederlanders daar betekende het contract veel. Voor de Khoikhoi niets. Zij geloofden niet in bezit van water, land en lucht en het papiertje zei hen dan ook niks. 
Op de rechterfoto een rotstekening van de San, een andere stam in Zuid-Afrika. De tekening laat zien hoe zij naar de Nederlanders keken. Een boer in een kiel en een boerin in een jurk met de handen in de zij. Voor de San zo atypisch dat ze het optekenden. Het moet voor hen op zijn zachts gezegd heel vreemd geweest zijn.
Hoe werkt dat? Wat gebeurt er als er in een land sub Sahara ineens een vreemd, Noord Europees volk komt wonen? De Nederlanders (die de Khoikhoi met een scheldwoord Hottentotten, 'stotteraars' noemden) kwamen in 1652 met kralen en tabak, namen al snel de boel over en bezegelden hun dominantie dus met een koopcontract. Eén simpel A4-tje met wat (afgedwongen) handtekeningen van een volk dat geen weet heeft van de implicaties ervan, althans er een geheel andere interpretatie op na houdt. Dat moet - ook destijds - overduidelijk geweest zijn. Sterk staaltje ondernemerschap. Maar niet één om trots op te zijn.
Geschiedenis wordt altijd gevoeld
Dit zijn slechts twee voorwerpen uit de tentoonstelling Goede Hoop. Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600, in het Rijksmuseum. Twee voorwerpen die niet loslaten. Het is een intense tentoonstelling, een pijnlijke geschiedenis, met een nog steeds actueel verhaal. Alleen al omdat geschiedenis niet is uit te wissen en altijd gevoeld wordt. Er valt heel veel over te zeggen maar dat moet iedereen maar voor zichzelf doen. Ga er heen en houd je er mee bezig. Kan geen kwaad, in deze tijd waarin we elkaar snel de maat nemen en oordelen. Van Riebeeck's kilometers lange tuinhaag om de Khoikhoi van 'zijn' terrein te houden of de ideeën van vrijburgers die na hun dienstverband bij de VOC fantaseerden over het graven van een lang kanaal om de punt van de Kaap af te scheiden van de zwarte bevolking,* doen denken aan... Nu ja, vul zelf maar in
De tentoonstelling laat nog veel meer en ook heel veel verschillende dingen zien. Van sinaasappeldozen met daarop protestleuzen en een park-bankje met opschrift Net Blankes / Whites Only. Van foto's van Pieter Hugo (born frees) tot de Gouden Bal van Ruud Gullit en werk van Marlene Dumas. Én het complete giraffe-skelet dat Robert Jacob Gordon destijds naar stadhouder Willem V zond.
Deze Gordon was een Nederlandse expeditie-reiziger die in de 18e eeuw Zuid-Afrika nauwgezet in kaart bracht. Flora, fauna en haar bewoners. Hij tekende alles was hij zag en beschreef het in zijn dagboeken. Het museum toont een groot aantal van zijn tekeningen (waaronder een 8 meter lang panorama) en ter gelegenheid van de tentoonstelling zijn alle tekeningen, brieven en dagboeken digitaal ontsloten op www.robertjacobgordon.nl. Dat betekent kijken, lezen, grasduinen. En Gordons kaarten blijken, gelegd naast Google Maps, bijzonder nauwkeurig. Check zelf maar.
Noudat slapende honde
Nogmaals, een tentoonstelling die stemt tot nadenken en niet bang is voor vraagtekens. Bij de voorbezichtiging droeg Afrika-kenner Adriaan van Dis een gedicht voor van de Zuid-Afrikaanse Ronelda Kamfer (1981, Kaapstad), uit haar eerste bundel Noudat slapende honde (2008). De gedichten in die bundel gaan over het (/haar) dagelijks leven op de Kaapse vlakte. We willen hier afsluiten met een paar regels uit één van haar gedichten maar kunnen niet kiezen. Dan maar 'gewoon' de eerste regels uit het eerste gedicht: 
Waar ek staan

Nou sit ek om 'n tafel
met my voorvaders se vyande
Ek knik en groet bedagsaam
maar
êrens diep binne my
​weet ek waar ek staan
​...//...


***
​
Voor de rest van dit gedicht en andere gedichten, lees de bundel. Waardevol en welbesteed. Beloofd.

* Van Dis in de proloog van het boek Goede Hoop dat bij deze tentoonstelling verscheen. 
En nog een laatste noot: bij de tentoonstelling is een interessante randprogrammering samengesteld die vragen en confrontaties aangaat, zoals een symposium, lezingen en gesprekken met Van Dis (die overigens ook de audio-tour heeft verzorgd), zie www.rijksmuseum.nl. En vanaf eind maart is er op NPO2 de documentaireserie Goede Hoop (met Hans Goedkoop) en een jeugdserie over dit onderwerp door en bij Het Klokhuis. Voor in de agenda.
Delen

Het 'en dan kwam je bij Piet'-gevoel.

2/12/2017

 
Mondriaan, museum of metropool. Waar heb jij het?
Vorige keer Theo van Doesburg. Deze keer, hoewel hij over aandacht niets te klagen heeft, toch even kort over Piet Mondriaan.
Niet over zijn schilderijen, essays of theorie, maar - indachtig het nut van een kapstokje - over zijn atelier aan de Rue du Départ 26 in Parijs. En dan eigenlijk ook niet echt over dat atelier zelf (wat in feite één groot 3D kunstwerk was) maar over het effect wat dat atelier destijds had op de bezoekers van Mondriaan.
Voor ontwerper Piet Zwart was het ‘of ik bij onze lieve heer binnen gelaten word als ik bij jou kom.’ Voor architect Alfred Roth voelde het ‘als een openbaring, als de muziek van Bach.’ Een NRC-correspondent schreef in 1926 over ‘een stralende reinheid, die alles verpuurt met haar glans’ en volgens diens echtgenote Maud van Loon die later een goede vriendin van Mondriaan werd: ‘Als je binnenkwam, was je in een paradijs.’ Kunstenaar Alexander Calder besloot na een bezoek aan het atelier om het roer om te gooien en abstract te gaan werken. *
FotoBinnenplaats van het ateliercomplex 26 rue du Départ. (foto: collectie RKD)
En iets minder prozaïsch maar zeker niet minder raak, beschrijft kunstenaar Wim Schuhmacher hoe hij in 1924 na drie dagen drinken, vervuild en vermoeid bij Mondriaan naar binnen ging. Het gebouw waarin het atelier zich bevond, zag er van buiten niet aantrekkelijk uit. Vies, groezelig en in het trappenhuis stonk het naar urine. Maar dan, ‘en dan kwam je bij Piet.’ Schuhmacher beschrijft vervolgens hoe het atelier er van binnen uitziet en eindigt zijn herinnering met:

​‘En als ik dan tenslotte weer op straat stond, dan was ik gewassen, maar ik had geen bad genomen. Dan was ik weer helemaal schoon.’ **

En dat gevoel, daar hebben we het hier nu over. Dat je op de ene manier ergens naar binnen of naar toe gaat en er op een andere manier, in een andere gemoedstoestand misschien wel, weer uit komt. Zeg maar, het ‘en dan kwam je bij Piet’-gevoel. Vies naar binnen, schoon naar buiten zonder ook maar een bad te nemen.
Mondriaans atelier als kapstok om de volgende vraag aan op te hangen: Waar heb jij dat gevoel?
Ik? Ik heb het bij een wandeling over het strand. Op een gure dag, wind door de haren, regen in het gezicht. Of ik merk het als ik door de straten van een andere stad loop. Een plek die ik niet ken en waar de indrukken veel en groot zijn. Het bekruipt me geregeld in een museum. Bijna om het even welk museum en wat er te zien is. En altijd heb ik het als ik voor een compositie van Mondriaan sta.
Dat laatste heeft ongetwijfeld ook met de drie ‘R’s te maken. Rust, reinheid en regelmaat, was het toch? We hebben allemaal, in meer of mindere mate, behoefte aan een zekere ordening, een raamwerk om het leven in te vatten. Onlangs zei Marina Abramovic in de Volkskrant: 'Als je je strikt houdt aan zelfgemaakte keuzes, dan schep je ware vrijheid.' Let wel, zelfgemaakte keuzes, niet door anderen opgelegde. Valt zeker wat voor te zeggen. (Zouden veel mensen daarom kamperen ook zo fijn vinden?) Enfin.
Piet Mondriaan Tableau I, 1921 olie op doek, 103 x 100 cm Gemeentemuseum Den Haag. Tableau I, 1921 olie op doek, 103 x 100 cm Gemeentemuseum Den Haag.
De ordening van Mondriaan schept ruimte. Kijkend naar Tableau I valt de druk van de schouders en openen hart en vizier zich. Ontdaan van willekeur en subjectiviteit, ordent Mondriaan de wereld voor ons in hapklare, objectieve, elementaire deeltjes. Een wereld zonder hiërarchie en grenzen. Mondriaans vlakken en kleuren zijn allemaal even belangrijk en als je goed kijkt, lopen de zwarte lijnen ook niet altijd precies door tot aan de lijst. Soms lijken ze wat ruimte over te laten voor de beeldvlakken om van het doek over te vloeien naar de wand waar het op hangt. Alsof alles één is.

En dáár, daar heb ik het ‘en dan kwam je bij Piet’-gevoel. Heel toevallig ook, voor een werk van Piet.

***
​
*  Citaten uit De schepping van een aards paradijs: Piet Mondriaan 1919-1933. Léon Hansse, Singel Uitgeverijen.​
** Citaten uit Mondrian Montparnasse jubileumbundel. A. de Jong-Vermeulen e.a. Mondriaanhuis Museum voor Constructieve en Concrete Kunst.


Verder: Het Gemeentemuseum in Den Haag heeft heel mooie maquettes van onder andere de ateliers van Mondriaan. Alleen al voor die maquettes zou je naar dit museum gaan. ​Maar vandaag (gratis toegang) opent daar ook de tentoonstelling 'Piet Mondriaan en Bart van der Leck'.
Delen

'wij veranderen en de kunst verandert met ons.'

1/29/2017

 
2017 - honderd jaar De Stijl
Het kan je niet zijn ontgaan, vorige week nog in het NRC in een exclusieve bijlage: in 2017 wordt de 100ste verjaardag van De Stijl gevierd. Een heel jaar lang, op allerlei manieren en op verschillende locaties door het land.
Waarom de 100ste verjaardag en waar komt het geboortejaar 1917 dan vandaan? Die vraag is niet moeilijk te beantwoorden. Men neme - kennelijk - het jaar van uitgave van het eerste nummer van het tijdschrift ​De Stijl.
Maar als we het anno 2017 over De Stijl hebben, wat bedoelen we dan? Hebben we het dan over een groep kunstenaars, een beweging, een orgaan (term van Van Doesburg zelf)? Hebben we het over een idee, een stroming of over het tijdschrift?
De uitgave van dat tijdschrift kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. De plannen waren er al eerder. In 1916 was Theo van Doesburg (1883-1931) – bedenker, initiator en oprichter van het tijdschrift – al druk bezig met de voorbereiding en financiering ervan. In verschillende brieven aan bevriende kunstenaars schreef hij over zijn plannen en de praktische uitvoering ervan. Wat moet er in, op welke kunsten richt het zich, wat wordt het formaat en wie wordt benaderd voor een bijdrage? En dat netwerk van gelijkgestemden, althans het begin ervan, was er deels al vóór 1917.
‘Dit tijdschriftje wil zijn eene bijdrage tot de ontwikkeling van het nieuwe schoonheidsbewustzijn. Het wil den modernen mensch ontvankelijk maken voor het nieuwe in de Beeldende Kunst.’ (**)
Een kwestie van de kip en het ei: was er eerst het idee, ontstond er toen een beweging en was vervolgens het tijdschrift een uitwerking ervan? Of begon het met het tijdschrift en volgde daarna de rest?
Ik weet het niet. Ik heb hier veel publicaties liggen en voor de verschillende visies valt telkens wat te zeggen. Maar goed, misschien is ook hier het stellen van de vraag belangrijker dan het antwoord er op. En feit blijft dat wil je iets ‘gedenken’ en laten voortleven, het altijd handig is om een kapstok te hebben waar je een en ander aan kan ophangen.
1917 dus
Het thema dat aan 2017 als De Stijl-jaar wordt meegegeven luidt Mondriaan tot Dutch Design. In elk geval marketing technisch volledig te begrijpen. Mondriaan is internationaal de beroemdste vertolker van het Stijl-ideaal, al noemde hij het Nieuwe Beelding (neoplasticisme). Maar laten we het hier niet complexer maken dan de theorie van De Stijl en Nieuwe Beelding al is.
Goed, Mondriaan als belangrijkste exportproduct. Snap ik, begrijp ik. Maar toch, een kunstenaar staat nooit alleen. Je hebt aspiraties en inspiraties en reageert op elkaar. De groep kunstenaars die zich op welke manier dan ook verbond aan De Stijl – of dat nu het tijdschrift of een beweging of iets anders was – liet dat goed zien. Zowel in hun werk als in hun bijdragen in het tijdschrift. Je reageert op elkaar en je scherpt je aan elkaar.
Zo ook Mondriaan. Deze voer zeer zijn eigen koers maar de nauwe contacten en (vooral ook) discussies met Theo van Doesburg, zullen zeker ook hun steen hebben gelegd in Mondriaans vaarwater. Ik noem hun verschil van inzicht over het gebruik van de diagonaal (zie hierboven Contra-compositie XVI).
Foto
Het beeld over Theo van Doesburg is over het algemeen en heel kort door de bocht gezegd, misschien wat minder flatteus dan het beeld dat we hebben van Mondriaan. Waar Mondriaan het braafste jongetje van de klas is, het voorbeeld van de school, is Van Doesburg in diezelfde klas meer de stennisschopper. Het jongetje dat niet stil kan blijven zitten, aan de haren trekt van het kind voor hem en de boel voortdurend op stelten zet. 'Je suis contre tout et tous.' (***)
Van Doesburg (witte jas en witte papieren hoed met De Stijl logo) in 1922 tijdens het Internationaal congres van Konstructivisten en Dadaïsten in Weimar.
En dat is misschien ook zo. Van Doesburg gold ook als lastig en voor hem was reuring heel belangrijk. Alles draaide bij hem om actie, beweging en strijd. Want door actie en discussie kom je verder, zo was zijn visie.
Maar aan precies die instelling hebben we anno 2017 maar wel heel wat moois overgehouden. Van Doesburgs bijdrage aan de Nederlandse kunst is groot. Niet alleen wat betreft oeuvre maar vooral ook als motor achter de avant-garde in zijn tijd. Hij jaagde aan, hij jaagde op. Hij initieerde en organiseerde en zette mensen op scherp. Hij was de motor van De Stijl.
​(Dat vond hij zelf overigens ook, getuige het 10-jarig jubileumnummer van De Stijl. Op de cover plaatst hij zichzelf letterlijk op de voorgrond met daaroverheen een compilatie van lovende kritieken. In de inleiding benadrukt hij zijn rol.)
En met die - enigszins pretentieuze - constatering wil ik hier een lans breken voor Theo van Doesburg. Aan mijn (scriptie) onderzoek destijds naar Van Doesburgs zelfbeeld en het doorspitten van zijn archief met daarin 3500 foto’s heb ik misschien toch een beetje een zwak voor hem overgehouden.
​

Foto
Mondriaan tot Dutch Design

​Nogmaals, die verhaallijn, die bevraag ik nu niet. Maar als je de honderdste verjaardag van De Stijl viert, mag Van Doesburg dan de kaarsjes op de taart uitblazen? ​Hij heeft die tenslotte zelf besteld.
​
***
(*) 'Wij veranderen en de kunst verandert met ons.' ​Citaat voorpagina uit Eenige punten ter verklaring der moderne schilderkunst. Voorgelezen op 13 october 1929 in het sted: museum te amsterdam ter gelegenheid der tentoonstelling van parijsche schilderkunst (esac.)
(**) Eerste zin, eerste nummer van De Stijl, oktober 1917.
(***) Theo van Doesburg als zijn alter ego I.K. Bonset (anagram van 'ik ben sot'?), Je suis contre tout en tous. I.K. Bonset.  Dada, 1921, RKD Den Haag.
Foto
Klik hier voor meer informatie over en agenda voor alle tentoonstellingen, evenementen etc in het De Stijl-jaar. Opvallend is dat op de plattegrond Rotterdam en Amsterdam afwezig zijn. Gretha Pama schreef hier afgelopen donderdag over. En link hier door naar de gehele Mondriaan tot Dutch Design - bijlage in het NRC van 21 januari jl. 
Delen

Veni, vidi, selfie.

1/15/2017

 
Ego op de voorgrond.
We hebben de jaarwisseling gehad en velen van ons zijn op pad geweest. We hebben de verhalen gehoord maar vooral ook de getuigenissen ervan gezien. Social media stroomde over met foto’s van sneeuwtaferelen, vrolijke etentjes en vooral: selfies.
Iedereen plaatst en komt terug met selfies. Een woord dat een poosje geleden nog helemaal niet bestond en nu al volledig is ingeburgerd. Zo erg zelfs, dat je mensen aan anderen hoort vragen een selfie van ze te nemen (serieus, echt gehoord).
Zelf was ik in Rome. En ik wist heus wel van de oprukkende selfie-cultuur. Maar dat het zulke vormen had aangenomen, realiseerde ik mij kennelijk niet helemaal. Nu dus wel.
Ik weet inmiddels dat een beetje selfie-nemer het niet houdt bij zijn uitgestrekte arm. Hij maakt gebruik van een hulpmiddel dat die arm met zo’n dikke meter verlengt: een selfie-stick. Op het Piazza della Rotonda staan voor het Pantheon de selfiestick-verkopers zij aan zij. Voor zo’n drie euro heb je er één en het resultaat ervan is ongelooflijk:
Drommen mensen die met de rug naar het eeuwenoude Pantheon staan en kijken naar hun telefoon. Zet je mooiste lach op, druk op het knopje en hup, je gezicht kan weer in de gewone stand. En als het geen selfies zijn dan is het wel door een telefoon kijken naar het gebouw erachter. Rechtstreeks kijken er nog maar weinig. ’s Avonds in het donker valt dat helemaal op. Vanuit de steegjes lopen de mensen uit verschillende kanten het plein op en overal zie je oplichtende schermpjes.
En dit soort taferelen is heus niet alleen voorbehouden aan Rome. Je ziet het meer en meer en overal. In alle uithoeken van het land en alle lagen van de samenleving. Tot in het concertgebouw aan toe bij het applaus voor een beroemde zangeres. Klappen, foto, klappen, foto.

We leggen alles dus graag vast, onszelf incluis. Waarom doen we dit? En is het iets nieuws of deden we dit altijd al?
Foto
Vóór de uitvinding van de fotografie was er natuurlijk al het penseel. Een beetje vermogend persoon liet zich portretteren op doek. Maar zoiets was alleen voor een kleine groep weggelegd en vanuit de kant van de maker kwam er heel wat vakmanschap bij kijken. En je had de kunstenaar die zichzelf portretteerde, als visitekaartje om te laten zien wat hij allemaal in huis had. Selfies avant la lettre.
Daarna kwam de fotografie als concurrerend instrument om het leven in beeld te vatten. Na natuurlijk de beginfase, een techniek die snel is omarmd. Beschikbaar voor iedereen én in te zetten door iedereen. Een kind kan de was doen.
En is er een verschil in wat we vroeger op de foto zetten en wat nu? Ik kom tot de gedachte dat in de loop der tijd de onderwerpen misschien niet eens zoveel zijn veranderd; mensen, gebouwen en verder al wat je zag. Dat doen we nu in feite ook nog steeds. Maar dan zoveel meer en zoveel vaker. En met het verschil dat tóen, de één een foto van de ander maakte (eerst vader voor de Eifeltoren, daarna moeder voor de Eiffeltoren) en nu mensen vooral ook veel foto’s van zichzelf maken.
Waar komt die behoefte vandaan? Het is toch niet zo dat we thuis op de bank al die selfies nog eens lekker gaan zitten terugkijken. Het is ook niet het zelfportret dat we bóven die bank hangen en waar de generaties na ons nog van kunnen genieten.
Maken we ze dan voornamelijk voor de bühne, om online te zetten? Als teken van hoe leuk we het hebben en als bewijs dat we ook echt op die plek zijn geweest?
Dan plaatsen we letterlijk ons ego op de voorgrond. En dat zegt natuurlijk iets over onszelf en de tijd waarin we leven. En dát, dat is dus een interessante kwestie om over na te denken. Wat dan weer betekent dat als je daarover nadenkt, je kennelijk ontspannen bent en een fijne vakantie hebt.
Begrijp me niet verkeerd, ik hou enorm van fotografie en van fotograferen. Maar af en toe zouden we met z'n allen het toestel wat meer in de jaszak moeten houden. Want als je het hebt over de ‘gewone’ vakantiekiekjes en huis-tuin-en-keuken fotografie dan zijn foto’s in feite niet meer dan een hulpmiddel om een herinnering levend te houden. Ze zijn niet de herinnering zelf. Een foto is 2-dimensionaal en een herinnering bestaat uit zoveel meer lagen: niet alleen beeld maar ook klank, gevoel, geur, etc.
Uiteindelijk zijn de beste foto’s dus de mental pictures die je neemt. De herinneringen die je maakt door met aandacht te kijken. Je slaat ze op in de eigen harde schijf in je hoofd en hart en neemt ze als souvenir mee naar huis. Zonder bijbetaling voor extra gewicht of problemen bij de douane.
​
***
Foto

​

​Memories are souvenirs too. Het lichtwerk van Erik Kessels, nog een week te zien in de Amsterdamse grachten.
Delen

Deel het pad...

12/18/2016

 
... en groet elkaar.
Wat hebben deze twee Zero/Nul-werken en dit verkeersbord met elkaar gemeen? Laat je gedachten de vrije loop en associeer er op los. Twee tipjes van de sluier: hiërarchie (of beter, de afwezigheid daarvan) en kerstwens. De winnaar krijgt een oliebol.
Het jaar zit er zo goed als op. Een mooi moment om terug én vooruit te kijken. En als we het hebben over 'het touwtje uit de brievenbus' (het pleidooi van Jan Terlouw), over vertrouwen, gunnen en over respect, begint het allemaal misschien wel heel eenvoudig bij dit verkeersbord:
Foto

​Deel het pad en groet elkaar.


Vanaf deze plek wensen wij iedereen al het goeds voor 2017. En we spreken elkaar weer in het nieuwe jaar.

​***
Delen
<<Previous
Forward>>
    Kunstkwesties blog. Over de meest uiteenlopende kunstkwesties.

    Over musea, exposities, literatuur, onderwerpen uit de actualiteit en meer.

    Op de hoogte blijven?
    Volg ons op social media en abonneer je gratis op dit blog
    via e-mail.
    abonneren
    Foto

    Archives

    December 2023
    December 2020
    September 2020
    September 2019
    October 2018
    December 2017
    October 2017
    September 2017
    July 2017
    June 2017
    May 2017
    April 2017
    March 2017
    February 2017
    January 2017
    December 2016
    November 2016
    October 2016
    September 2016
    July 2016
    June 2016
    May 2016
    April 2016
    March 2016
    February 2016
    January 2016
    December 2015
    November 2015
    October 2015
    September 2015

    Categorieën

    All
    Algemeen
    Beeldende Kunst
    Exposities
    Filosofie
    Fotografie
    Literatuur
    Opera
    Podiumkunsten

    Auteur

    Saskia Hazelhoff

    RSS Feed

Kunstkwesties © 2024 Privacyverklaring