Kunstkwesties
  • home
  • over
  • blog
  • beeld
  • contact

Setting the bar pretty high.

6/4/2017

 
Hersengymnastiek. #HF17
Het is juni, de maand van het Holland Festival (gisteravond geopend). En eens per jaar gaan we daar toch echt wel wat tekst aan wijden. Wat jij op jouw beurt dan echt wel weer gaat lezen. Want...
Want het is niet zo maar een festival met een maand vol voorstellingen en andere leuke dingen. Het gaat ergens om, namelijk om de kunst. En kunst, 'kunst maakt van toeschouwers beschouwers, dwingt tot nadenken over zichzelf en de wereld en daagt uit tot het innemen van een positie in die wereld.'
Het is een uitspraak van (na HF18 vertrekkend) Holland Festival directeur Ruth MacKenzie, toen we haar bij de vorige editie spraken voor ons stuk Edges of Europe.*
​Het Holland Festival viert dit jaar haar 70-jarig bestaan. Het is opgericht in de eerste jaren net na de oorlog, in een tijd dat er na jaren van onderdrukking een grote behoefte was naar vrije kunst en naar internationale kunstenaars die het publiek konden helpen naar de toekomst te kijken. En dat initiële uitgangspunt is volgens Mackenzie nog altijd de benchmark: 
‘We moeten vandaag met onze festival programmering nét zo belangrijk zijn voor ons publiek als die kunstenaars dat destijds in 1947 voor hun publiek waren.’
Dat is anno 2017 met al het moois en goeds wat er op het gebied van de podiumkunsten zich de afgelopen 70 jaar heeft ontwikkeld, een grote ambitie. Maar ook zeker een relevante, als we kijken naar alles wat er gebeurt in de wereld. Migratieproblematiek, milieuvraagstukken, armoede en honger en politieke thema's. Ik denk dat we wel veilig kunnen zeggen dat we meer dan ooit de kunsten nodig hebben om ons te confronteren en te laten reflecteren op alles wat er om ons heen gebeurt.
MacKenzie zei hier toen onder andere over: 'Ik geloof met heel mijn hart dat kunstenaars de wereld kunnen veranderen. That’s setting the bar pretty high. Ze veranderen de wereld niet altijd meteen en vaak gebeurt het indirect, door het veranderen van jouw blik, hoe jij de wereld beziet. Door andere perspectieven te laten zien, door jou de dingen anders te laten zien en de zaken op een andere manier te begrijpen.'
Bij die gedachte sluit ik mij volledig aan. We hébben het ook nodig, kunst zét ook echt aan het werk. Maar naast al deze diepere gedachten over de noodzaak van kunst, is het natuurlijk ook zo dat kunst soms gewoon heel aangenaam is om naar te kijken, te luisteren, in te participeren of te beleven. Ik verheug mij in elk geval enorm op de komende drie weken.
Er is dan veel te zien en te doen. Op de site van het Holland Festival vind je het volledige programma. Vind je het moeilijk om te kiezen dan is er een app. Of zijn er 'Dit mag je niet missen' en 'hoogtepunten'-lijstjes van verschillende media, als bijvoorbeeld NRC,  VPRO en De Groene. 
En waar ik mij op verheug? ​Ik verheug me op
-
het kleedje in het gras in het park, luisterend naar de opera Salomé,
- het concert van de kinderen met hun eigen gemaakte hoorn,
​- het doorploegen van avant-garde manifesten aan de leestafel,
- de workshop Flex (danservaring gelukkig niet vereist),
- de met 3D-geprinte (slaap)kamers op het Museumplein,
​- en het Parlement van de Dingen.

Ik verheug me ook op
- the meet the artists,
- de gesprekken met vrienden over waar je naar hebt gekeken en wat je er van vond,
- the Proms in de Concertgebouwzaal waar je in en uit kan lopen (zonder stoelen, met zitzakken)
​
Ik ben benieuwd naar de installaties, de performances, de muziek. Ik kijk uit naar alle voorstellingen die ik ga zien. Maar bovenal verheug ik me enorm op de hersengymnastiek die ik ga krijgen. 
***
Voor het volledige programma, zie de site van het Holland Festival.
* Citaten hier komen uit dat eerdere stuk.
Foto
Delen

Het zwarte gat.

5/14/2017

 
Licht tegenover donker.
In de krant konden we afgelopen week lezen over de rumoer in de kunstwereld over het zwartste zwart: Tot groot ongenoegen van alle anderen mag alleen kunstenaar Anish Kapoor het 'superzwart' Vantablack gebruiken. 
Vantablack, bedoeld voor de wetenschap, is een verf die zó zwart is dat je hersenen er nauwelijks bij kunnen, het is de donkerste verf ter wereld. Het absorbeert meer dan 99,9 procent van het licht dat erop valt en heeft een hallucinerend effect; je weet bijna niet meer waar je naar kijkt. De foto hierboven uit het krantenartikel heb ik lang en vaak moeten bekijken. Twee identieke beelden maar het beeld bedekt met Vantablack lijkt niet meer driedimensionaal. Alsof de verf met de absorptie van bijna al het licht ook een dimensie heeft opgeslurpt.​
Voor kunstenaars dus een waanzinnig ingrediënt om mee te werken. Maar middels een licentie exclusief voorbehouden aan Kapoor voor wie 'kleur de sleutel is' tot zijn werk en die 'met een minimum aan middelen een maximum aan interpretatiemogelijkheden wil bieden.' En als zwart een kleur is, moet dat met het zwartste zwart zeker lukken.
Museum De Pont in Tilburg heeft het kunstwerk Descent into Limbo (1992, Afdaling in het Ongewisse) van Anish Kapoor in de collectie. Midden op de vloer in één van de wolhokken van deze voormalige wolspinnerij ligt een zwarte cirkel van 60 cm doorsnee. Maar is het echt een zwarte cirkel of kijken we met zijn allen naar een zwart gat? Het pigment dat bij dit werk is gebruikt door Kapoor, is zo donker dat we geen perspectief kunnen zien. Stel je eens voor wat voor effect het werk zou hebben als Kapoor Vantablack zou hebben gebruikt. Alsof je zo het zwarte gat in zou worden gezogen.
Op dat spoor gezet door de krant, wilde ik die gedachtenexercitie zelf eens nader onderzoeken en de afdaling in het ongewisse aan den eigen lijve ondervinden. Dus huppetee, naar Tilburg.

Om daar vervolgens voor een dichte deur te staan... ​
​Althans, het museum was natuurlijk wel open, maar de deur van het wolhok van Kapoor gesloten. En dat bleef hij helaas ook. Als enige deur in heel het rijtje.

​
Dat betekent ter plekke even snel omschakelen en de gedachtenexcercitie te laten voor wat hij is. Dat komt wel een later moment, een andere keer. Hoewel....
Foto
De gesloten deur waarachter zich Descent into Limbo van Anish Kapoor bevindt.
Waar een deur dicht is, gaat ergens anders een raam weer open. En in dit geval is dat bijna letterlijk te nemen. Tenminste, als je 'raam'  vervangt door 'gang'. Want tegenover de dichte deur van Kapoor met daarachter zijn zwarte gat, vond ik de gang van James Turrell die leidde naar de lichtinstallatie Wedgework III (1969).
Met eenzelfde 'minimum aan middelen' als Kapoor, creëert ook Turrell een maximum aan beleving voor de toeschouwer. Maar waar Kapoor dat met verf doet, doet Turrell dat met (kunst)licht.
Via een werkelijk stikdonkere gang - ook hier is bijna al het licht geabsorbeerd dan wel buitengehouden - met onverwachte bochten en afmetingen, kom je al schuifelend en tastend uiteindelijk in een ruimte waar de lichtinstallatie van Turrell zich bevindt. Je ogen hebben echt even nodig om te wennen aan het duister en dan nóg, dan nog weet je eigenlijk niet waar je naar kijkt. Ook hier de vraag of je naar een plat vlak kijkt of naar een ruimte met perspectief en in geval van dat laatste, tot hoe ver dat perspectief dan gaat en hoe het werkt. Ook hier kan het brein de informatie nauwelijks verwerken. Maar in tegenstelling tot Descent into Limbo waar emoties zoals angst over het ongewisse en naderend onheil worden opgeroepen, werkt het hier geruststellend en bijna meditatief.
Uit het donker van de gang naar het licht van de light space. En van het licht van Turrell weer terug naar het zwarte gat van Kapoor. Licht tegenover donker. Beide mannen werken met deze tegenstelling en beiden werken ze met componenten die er eigenlijk niet zijn. Deze kunstenaars creëren illusies en spelen met ons hoofd. 
Met een minimum aan middelen weten ze dat maximum aan resultaat te behalen. Ogenschijnlijk zo simpel maar bijna eng, die invloed op ons gemoed.​
​
En als we dan toch de zaken en de personen aan het verbinden zijn, doet het museum ook een duit in het zakje. Het brengt het werk van Turrell in verband met Mondriaan en stelt ons de vraag: 'Waar zouden we zijn zonder Mondriaan? Wat zou Mondriaan hebben gedaan als hij een eeuw later was geboren?' Zou hij dan ook de verftube hebben gelaten voor wat het is en zou hij in plaats daarvan net als Turrell dat doet, ook met licht zijn gaan schilderen?
Ook dat zijn interessante vragen en is een leuke overdenking. Waarmee we tevreden kunnen vaststellen dat de gang naar Tilburg ondanks de gesloten deur zeker niet tevergeefs was. Het heeft bovenstaande overpeinzingen en ervaringen opgeleverd, ik heb weer in een Turrell gezeten én ik heb ook weer andere kunstenaars ontdekt.
Maar moet dus wel weer terug...
***
Museum De Pont krijgt ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan een nieuw werk van Anish Kapoor. Een zes meter hoog beeld van roestvrijstaal dat voor het museum zal worden geplaatst, het eerste van Kapoor in Nederland in de openlucht. En nee, het is niet het beeld op de foto hiernaast zoals geplaatst bij de berichtgeving hierover in de media. Dat is namelijk The Cloud Gate (in de volksmond The Bean) in Chicago. 
Foto
Een eerdere blogpost waarin zowel een werk van Anish Kapoor als van James Turrell aan de orde kwam, is 'De aarde is de vloer, de heuvels zijn de wanden...
Foto
Delen

'Is verjonging mogelijk?'

4/23/2017

 
Hondehart. Boek, film en ...  opera!
De vraag hierboven komt uit het verhaal Hondehart*, dat Michail Boelgakov (1891-1940) begin 1925 te Moskou schreef. De satirische novelle kwam - net als veel van Boelgakovs andere verhalen en boeken - de censuur niet door en is jarenlang in de la blijven liggen. Hoewel de tot arts opgeleide schrijver nooit is veroordeeld (Stalin hield hem uiteindelijk toch de hand boven het hoofd) is hij wel verhoord met de vraag waarom hij toch 'zo misselijkmakend over het Bolsjewisme' schreef. Als schrijver van satirische kritiek met het sovjet-regime als onderwerp maakte hij het zichzelf niet makkelijk.
Het duurde tot ver na zijn dood, in 1987 voor Hondehart voor het eerst in Rusland officieel werd uitgegeven. ​Het was bij de Russen meteen een groot succes en de verfilming kort daarna door Vladimir Bortko evenzeer. Zie hiernaast voor een klein fragment uit die film (hilarisch) en youtube voor de gehele film (in twee delen). Zeer de moeite waard. 
Het is een absurdistisch verhaal dat gaat over een professor die in het kader van zijn onderzoek naar verjonging, de straathond Sjarik opereert (Boelgakovs medische achtergrond komt hier goed van pas) en hem de testikels en hypofyse van een even daarvoor gestorven crimineel geeft. Dat gaat natuurlijk niet goed, Sjarik ontpopt zich tot de gewetenloze man Sjarikov en het opleggen van een moraal bij een wezen dat van nature geen moraal bezit, blijkt niet te kunnen: de nieuwe creatuur blijft een hondehart houden en instinctief katten najagen. De parallel van dit nieuwe wezen naar de 'nieuwe mens' van het Bolsjewisme is snel getrokken.
De Russische componist Alexander Raskatov en de Britse theatermaker, acteur en regisseur Simon McBurney maakten er in opdracht van De Nederlandse Opera en English National Opera een opera van (wereldpremière 2010). Producties van deze McBurney en zijn theatergezelschap Complicite waren eerder al op het Holland Festival te zien. Ook vorig jaar nog, in de solo-voorstelling The Encounter waar McBurney op sensationele wijze het verhaal vertelde over een ontmoeting met een stam in de Amazone. 
Een multimediale regie waarbij het publiek een koptelefoon op had en McBurney echt ín je hoofd zat. Figuurlijk dan, maar werkelijk magisch. (Een klein stukje zie je hierboven, maar het haalt het niet bij de 'echte' ervaring.)
Van de opera A Dog's Heart uit 2010 is gisteravond in Amsterdam een tweede speelreeks gestart. En getriggerd door McBurneys fantastische en wonderbaarlijke voorstelling vorig jaar hadden we deze nieuwe reeks al lange tijd geleden keurig in de agenda gezet. Ter voorbereiding het verhaal gelezen, de film bekeken en deze trailers rond de productie gezien.
Afgelopen donderdag woonden we (i.e. schrijver dezes samen met toekomstig gastblogpost-bezorger) de generale repetitie bij en die verliep op rolletjes. Maar belangrijker nog liet die een heerlijke, dynamische invulling zien van de satire van Boelgakov. Voor McBurney is in het theater 'zien even belangrijk als luisteren.' En dat kom je als toeschouwer te weten. 
De muziek (erg mooi) en zang komen heel goed tot hun recht en worden zeker niet overklast door het visuele. Ze staan hun mannetje. Maar voor het visuele aspect is wel een grote rol ingeruimd. Dat kan ook niet anders wil je invulling geven aan het absurdistische karakter van het stuk. We hebben het immers wel over een pratende, rokende en zingende hond. ​Bewegingen mogen - of moeten misschien juist wel - 'over the top' zijn. Huishoudster Zina is een hysterisch, wandelend Malevich schilderij.
De gelaagdheid die in Boelgakovs stuk zit, heeft McBurney ook aangebracht in het decor, met voor elke akte en scene knappe wisselingen. Door te werken met een scharnierende wand en 'zwevend' tapijt' komen we in alle vertrekken van het appartement van de professor, zijn bibliotheek, eetkamer, operatiekamer etc.  En een extra laag wordt gecreëerd door de (video)projecties hierbij, die maken dat je als toeschouwer mee het toneel opgetrokken wordt, het verhaal in. Als het sneeuwt in de straten van Moskou, hebben we het op het tweede balkon van het Muziektheater ook koud.
Drie uur lang minutieus maar met mooie opbouw en grote dynamiek, door Boelgakovs novelle heen. Na het applaus sta je met tuitende oren (en nu letterlijk, wat een finale) maar ook verfrist en energiek weer buiten. Satirische kritiek op nog steeds actuele vraagstukken over staatsinrichting, bureaucratie, bestuur en over maakbaarheid: wat maakt een mens een mens? En bij die serieuze ondertoon ook nog eens hardop gelachen of in elk geval zachtjes gegrinnikt. Hoe vaak overkomt je dat bij een opera?
***
Zie voor meer informatie over A Dog's Heart en data van de speelreeks de website van De Nationale Opera.

Gebaseerd op Boelgakovs Hondehart is er overigens ook een jeugdopera geschreven, Hondenhartje. Over 'de ongelukkige reizen van een Hollandse vrachtvaarder en de scheepshond Sjarik door de onstuitbare Plastic Soep.'
* Hondehart in plaats van hondenhart, zoals in de vertaling en uitgave van de meest recente editie bij Van Oorschot.

'you don't need caviar every day'

4/9/2017

 
Wat hebben een menukaart, een telefoongesprek en een Iers gedicht met elkaar gemeen?
Een Kunstkwestie die eens niet een kwestie opvoert maar een kunstwerk uitlicht. Wat ongetwijfeld toch wel weer tot een kwestie zal worden. Want deze woorden intypend, komt bijvoorbeeld al de vraag op wanneer een tekst eigenlijk een kunstwerk wordt. Enfin.
Joseph Beuys - Aan het samenvatten en duiden van Beuys' ideeën en oeuvre in 800 woorden gaan we niet beginnen. Een poging daartoe strandt in nietszeggende algemeenheden en geijkte uitspraken. Gaan we dus niet doen. Voor uitleg over zijn gebruik van vilt en vet, dode hazen en zijn idee over sociale sculptuur, word je verwezen naar het 'alwetende' internet waar ruim wordt geciteerd uit de vele publicaties over zijn persoon en werk. Voor nu pakken we er gewoon een klein stukje uit.
Mijn eerste ontmoeting (virtueel dan) met Joseph Beuys was in een college-zaal waar ik hem bij een televisie in de weer zag met bokshandschoenen en een rookworst. Het beeld bedekt (met vilt), er was alleen geluid. De TV werd zo eigenlijk weer een radio terwijl je als kijker toch blijft wachten op bewegende beelden. Gevalletje van 'waar kijk je dan naar en waarom'?  Wat verwacht je te zien te krijgen en waarom verwacht je dat? Verwacht je communicatie, kan je überhaupt communiceren met een apparaat?
Na Filz TV kwamen nog vele werken van Beuys op het pad. Om Beuys kan je - al zou je het willen - niet heen. Elk museum heeft wel iets van hem in zijn collectie. Van de Citroen-lamp naar een met vilt (zoek het nou toch maar even op) beklede ruimte met daarin een piano in Centre Pompidou (Parijs) naar honderd beschreven schoolborden in het Hamburger Bahnhof in Berlijn (zie foto beneden). En via die lijn komen we uit waar we nu willen zijn:
Foto
Die schoolborden (RichtKräfte einer neuen Gesellschaft, 1974-1977) vertegenwoordigen een archief of zo je wilt, een afgeronde performance van een tentoonstelling waar Beuys als docent van een 'tijdelijke universiteit' de uitwisseling van zijn ideeën en discussies met het publiek opschreef. Ideeën over moraliteit en waarden en de bron daarvan. Deze tijdelijke universiteit en de schoolborden fungeerden als een space for thought en waren een voortvloeisel uit een universiteit die hij een jaar eerder met onder andere Heinrich Böll oprichtte, de Free International University, (de F.I.U., manifest). 
Het uitgangspunt van deze universiteit was onder meer:
'Creativity is not limited to people practicing one of the traditional forms of art, and even in the case of artists creativity is not confined to the exercise of their art. Each one of us has a creative potential which is hidden by competitiveness and success-aggression.'
Het is de gedachte dat ieder mens creativiteit in zich herbergt - Jeder Mensch ist ein Künstler, volgens Beuys - en we met z'n allen verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van onze samenleving. De maatschappij als een 'sociale sculptuur' die we gezamenlijk kleien. 
In 1977 namen Beuys en anderen in deze groep deel aan Documenta 6 in Kassel. Op de begane grond in het Fredricianum werd daar 100 dagen lang gediscussieerd en gewerkt. Ter financiering van de deelname (voor eten en verblijf) reproduceerde Beuys een eerder werk van hem uit 1975 welke aldaar in ongelimiteerde oplage werd verkocht. (Zie voor detailfoto's onderaan!)
En dan zijn we rond want dát werk heeft als titel Food for Thought en is daarmee complementair aan de schoolborden hierboven die als space for thought dienden. Een vrije universiteit, open voor iedereen en met de ruimte en het voedsel voor de geest. 
Twee voorwaarden voor het scherpen van die geest. En dat hebben we allemaal weer nodig, namelijk voor het modelleren van de 'sociale sculptuur' die we met zijn allen maken. Want 'elk mens is een kunstenaar.' ​
Food for Thought is in feite een montage-gedicht bestaande uit drie verschillende teksten. Een lijst met opsomming van allerlei etenswaren, een telefoongesprek over eten en een Iers gedicht uit de 6e eeuw, ook over eten.
Drie verschillende teksten die eten en denken met elkaar verbinden. Ze vormen één geheel en je kunt ze zien als inderdaad een gedicht, een bijdrage aan de literatuur. Wat deze tekst dan tóch een kunstwerk maakt? ​
Het is de stempel er op van de F.I.U., het is de vet-vlek (googelen!) en het is zijn handtekening. 
Maar het is vooral ook Beuys' idee hierachter. Over zijn Multiples, zoals hij zijn samengestelde werken noemde, zei hij dan ook: 'Die objecten sind nur verstandlich im Zusammenhang mit meinem Ideen.' Mijn werken zijn alleen te begrijpen in samenhang met mijn ideeën.
Het idee is het eigenlijke kunstwerk, de materiële objecten zijn slechts de drager ervan.
​En dan terug naar de vraag naar wat een menukaart, een telefoongesprek en een Iers gedicht met elkaar gemeen hebben? Dit werk van Joseph Beuys dus. De lijst, het telefoongesprek en het gedicht vinden elkaar in deze 'montage'. 
De tekstfragmenten hebben alledrie een andere oorsprong maar worden door hun onderwerp bij elkaar gebracht en ondanks alle ernst en het serieuze idee erachter, piept de humor er doorheen. ​
...
As soon as you left I was hungry. A plate of mashed potato
would do it, with milk and butter.
Or haddack
Eisbein
buckwheat maybe, or pigs' ears with marjoram.
​Or even spinach would do
and custard.
Cod's roe - you don't need caviar every day
...
Elke keer als je dit werk 'leest', lees je het glimlachend. We houden van kunst en van eten. En van voedsel voor de geest. ​Het ultieme kunstwerk dus.
Foto
***
In Juni vindt alweer Documenta 14 plaats. Weer in Kassel maar deze keer ook met een parallel tentoonstelling in Athene. Lees hierover bijvoorbeeld 'De Documenta staat los van nationale grenzen', een artikel van Sandra Smallenburg in het NRC van 7 april jl.
Delen

Het museum als zeepkist

3/26/2017

 
en de kop van de krant.
​We gaan het hebben over politiek. Nee, niet weglopen, het gaat namelijk eigenlijk gewoon over kunst.
​Het oog bleef deze week hangen op een artikel van de Volkskrant over vijf aankomende tentoonstellingen dit jaar in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Het artikel heeft als kop Directeur Stedelijk Museum mengt zich in politieke strijd rond populisme.   
​Tja, dan ga je wel lezen natuurlijk. Die kop belooft heel wat. Wat zou het Stedelijk in vredesnaam gaan doen?
​Nou, niet heel veel raars eigenlijk. Het museum heeft voor 2017 een vijftal exposities geprogrammeerd die migratie als verbindend thema hebben. Migratie in de meest brede zin van het woord. Een ‘hot topic’, iedereen heeft er wel een mening over. Dus niet zo gek dat een museum een thema dat zo speelt, nader onderzoekt en laat zien vanuit verschillende invalshoeken. 
​En is dat niet ook een taak van een museum? Laten zien hoe verschillende kunstenaars, uit verschillende disciplines tegen maatschappelijke vraagstukken aankijken? Een podium zijn voor verschillende perspectieven? Het zeepkistje op de markt waar iemand zijn boodschap kan uitdragen? 
​In een interview met de krant licht directeur Beatrix Ruf de keuze voor dit thema en de overwegingen erachter, toe. Mengt zij, en daarmee ook het museum, zich hiermee in de politieke strijd rond het populisme? 
​Je in een strijd mengen, houdt zoveel in als jezelf deelnemer maken aan die strijd. Er zijn verschillende strijdende partijen waar jij er dan één van bent. Dat lijkt hier toch niet het geval. 
​In het persbericht bij deze tentoonstellingen geeft Ruf aan: ‘Ik vind het belangrijk dat in het Stedelijk Museum te zien is hoe er vanuit de kunst wordt gekeken naar dit onderwerp, en hoe kunst ons kan confronteren met onze eigen denkbeelden en dat we in staat zijn deze te heroverwegen.’
​Dat op zich is niet de wapens oppakken en je mengen in een strijd. Dat is eerder een zeepkistje timmeren en publiek gelegenheid geven om over iets na te denken en de mening te vormen. Precies die dingen waarvoor kunst juist zo belangrijk is. Meningsvorming en blikverruiming. Fijn dat deze functie van de kunst door het museum zo goed wordt bewaakt. Maar je proeft in het interview ook duidelijk een maatschappelijke betrokkenheid.
​Het is ook niet meer dan logisch dat het museum het migratie-vraagstuk tot thema maakt. Het is nou eenmaal een groot maatschappelijk onderwerp en kunstenaars reageren op dat wat er speelt in de samenleving. En dat wat er dáár speelt, moet je naar binnen in je museum halen. 
​Maar eigenlijk niet om die reden alleen. Je zou het ook vanuit humanitaire overwegingen kunnen doen, omdat het migratie-vraagstuk en daarmee de huidige vluchtelingenproblematiek schrijnende omstandigheden oplevert en je dát onder de aandacht wilt brengen. Maar dat is mijn overweging en niet (primair) die van Ruf of het museum. En daarmee meng ík mij wellicht in de strijd rond het populisme. Maar dat zij dan maar zo.
***
Foto


​​Voor een gerelateerde blogpost over kunst en politiek lees Een zwemband die niet blijft drijven, over de activistische kunstenaar Ai Weiwei en 'je stem relevant maken'.


Delen
<<Previous
Forward>>
    Kunstkwesties blog. Over de meest uiteenlopende kunstkwesties.

    Over musea, exposities, literatuur, onderwerpen uit de actualiteit en meer.

    Op de hoogte blijven?
    Volg ons op social media en abonneer je gratis op dit blog
    via e-mail.
    abonneren
    Foto

    Archives

    December 2023
    December 2020
    September 2020
    September 2019
    October 2018
    December 2017
    October 2017
    September 2017
    July 2017
    June 2017
    May 2017
    April 2017
    March 2017
    February 2017
    January 2017
    December 2016
    November 2016
    October 2016
    September 2016
    July 2016
    June 2016
    May 2016
    April 2016
    March 2016
    February 2016
    January 2016
    December 2015
    November 2015
    October 2015
    September 2015

    Categorieën

    All
    Algemeen
    Beeldende Kunst
    Exposities
    Filosofie
    Fotografie
    Literatuur
    Opera
    Podiumkunsten

    Auteur

    Saskia Hazelhoff

    RSS Feed

Kunstkwesties © 2024 Privacyverklaring